Je gegevens worden uitsluitend opgeslagen in de EU in onze eigen datacenters en worden beschermd door de strenge Europese privacywetgeving.
Waar AI voor docenten in de praktijk verschil maakt
AI voor docenten is vooral handig bij de lesvoorbereiding en het administratieve werk en niet zozeer bij het pedagogische werk in de klas. Je kunt er een leerplan mee structureren, opdrachten in verschillende varianten maken, teksten aanpassen naar het juiste leesniveau en e-mails aan ouders mee schrijven. Of het resultaat vakinhoudelijk en didactisch klopt, moet je natuurlijk altijd controleren.
Vier taakgebieden in het onderwijs lenen zich voor ondersteuning door AI:
Een voorbeeld op het gebied van organisatie. Voor een driedaags schoolkamp heb je een oudermail nodig, een paklijst, een toestemmingsformulier en een contactlijst voor noodgevallen. Uit één beschrijving van het kamp ontstaan alle vier documenten in één keer. Bedragen, data en contactpersonen vul je daarna zelf in.
Een chat-tool reageert op wat je invoert, en wacht dan op de volgende prompt. Systemen die taken juist zelfstandig in meerdere stappen afhandelen, vallen onder de categorie AI-agents.
Lessen stap voor stap plannen met AI
Voor het plannen van lessen met AI geldt: hoe preciezer je invoer en beschrijving, hoe bruikbaarder het concept. Een paar voorbeelden:
Voer het leerdoel volledig in, niet slechts één los woord
Noem leerjaar, schoolsoort en het aantal beschikbare lesuren
Beschrijf de samenstelling van de klas zonder namen (denk aan dataminimalisatie)
Geef bestaand materiaal aan dat je opnieuw wilt gebruiken
Neem vakanties, projectdagen en toetsweken op in de tijdsplanning
Wat je terugkrijgt, is een concept en geen kant-en-klare planning. Check vooral de vakinhoudelijke volgorde: volgen de lessen elkaar op een logische manier op, bijvoorbeeld chronologisch voor geschiedenisles? Ook het tijdplan verdient een tweede blik. Vaak reserveren de AI-modellen te weinig tijd voor oefeningen.
Lesmateriaal differentiëren in plaats van kopiëren
Lesmateriaal differentiëren, het aanpassen van het materiaal aan verschillende niveaus, kost tijd. Precies daar helpt AI. Geef een bestaande tekst als basis en laat AI de tekst herschrijven voor verschillende niveaus.
Deze vormen van differentiëren met AI-lesmateriaal werken goed in de praktijk:
Dezelfde tekst in korte hoofdzinnen en in complexere zinsbouw
Dezelfde opgaven eerst met een hint, dan zonder hint, en daarna met extra verdieping
Een vaktekst met een woordenlijst vooraf
Een korte quiz uit het werkblad als startdiagnose
Een opgavenreeks met oplopende moeilijkheidsgraad voor snelle leerlingen
Bij vakinhoud blijft de controle jouw taak. AI-modellen verzinnen soms jaartallen, halen formules door elkaar, en soms zelfs bronnen. Check daarom altijd met het lesboek voordat je het materiaal in de klas uitdeelt.
AI in de les: samen met de klas
Zodra leerlingen zelf met een taalmodel werken, verandert de opzet van de les. Het doel wordt dan minder het antwoord zelf, maar in plaats daarvan het checken ervan. Laat AI het antwoord geven en controleer het daarna met behulp van het lesboek: wat ontbreekt, wat klopt niet, wat klinkt plausibel?
Deze vormen werken als je AI in de les wilt inzetten:
Foutenjacht in een AI-antwoord, individueel of in tweetallen
Antwoorden van twee verschillende modellen op dezelfde vraag vergelijken en beoordelen
Tegenargumenten bij een eigen standpunt laten genereren en toetsen in een discussie
Feedback op een eigen concepttekst vragen en zelf verwerken
Voor je dit met de klas doet, check je drie dingen. Vraagt de aanbieder een minimumleeftijd voor een eigen account? Dan moet de klas die leeftijd hebben. De VN raadden in 2023 bovendien af om leerlingen onder de 13 jaar zelf met generatieve AI te laten werken. Leerlingen in het voortgezet onderwijs laat je het beste werken in een gecontroleerde omgeving, bijvoorbeeld via een schoolaccount en zonder persoonsgegevens. En je vertelt de klas dat ze met een AI-systeem werken.
AI voor docenten in het basisonderwijs
In het basisonderwijs blijft AI het gereedschap van de leerkracht. Kinderen in groep 3 tot en met 8 werken doorgaans niet zelf met een taalmodel; het nut van AI verschuift dan ook meer naar de lesvoorbereiding. De behoefte is groot, omdat in dezelfde klas kinderen met verschillende (lees)niveaus zitten.
Voor deze taken is het gebruik van AI zinvol:
Eerste leesteksten met een beperkte woordenschat en korte zinnen
Woordrijtjes passend bij een klank
Rekensommen in verhaalvorm voor getallen tot de 100
Mails aan ouders, naar behoefte in meerdere talen
Creatieve ideeën voor het begin van de les
De typische AI-tekortkomingen liggen hier anders dan in het voortgezet onderwijs. Zo kan het voorkomen dat modellen de opgegeven getallenreeks overschrijden, te moeilijke woorden gebruiken of zinnen schrijven die te lang zijn. Een duidelijke instructie zoals "maximaal acht woorden per zin, geen samengestelde woorden" zorgt voor een resultaat dat maar weinig aangepast hoeft te worden.
Correctie en feedback: waar ligt de grens?
Bij het corrigeren en beoordelen van toetsen gelden twee beperkingen: een juridische en een vakinhoudelijke. Bijlage III, punt 3 van de AI-verordening noemt onderwijstoepassingen als hoogrisicosystemen, onder meer de toegang, plaatsing, beoordeling en examentoezicht. De bijbehorende verplichtingen gelden vanaf 2 december 2027; tot die tijd bepalen de AVG en de eigen schoolafspraken het kader. Vakinhoudelijk is geautomatiseerde feedback op lesopdrachten onbetrouwbaar, omdat modellen taalkundige kwaliteit en inhoudelijke juistheid met elkaar kunnen verwarren.
Je kunt AI wel gebruiken wanneer je eerst zelf de inhoud van je feedback levert. Je voert de kernpunten van een beoordeling puntsgewijs in, en laat ze verwoorden op een niveau dat bijvoorbeeld een leerling uit 2 havo begrijpt. Het cijfer bepaal jij, de onderbouwing komt van jou, het formuleerwerk neemt het hulpmiddel over.
Ook een beoordelingsmatrix of checklist kan een AI-tool maken. Een model levert criteria en niveaus voor bijvoorbeeld een spreekbeurt of boekbespreking, die je daarna uitwerkt voor je eigen klas.
Wat de AI-verordening sinds augustus 2026 betekent voor scholen
Het tijdschema van de AI-verordening is kort voor de deadline gewijzigd. De Verordening (EU) 2026/1744, ook bekend als de Digitale Omnibus, trad op 27 juli 2026 in werking en verschoof de verplichtingen voor hoogrisicosystemen uit bijlage III naar 2 december 2027. Onderwijs valt onder deze bijlage-III-gebieden, waardoor systemen voor het beoordelen van leerresultaten meer tijd krijgen.
Sinds 2 augustus 2026 gelden wel de transparantieverplichtingen uit artikel 50. Wie een AI-systeem inzet waarmee mensen rechtstreeks interacteren, moet dat kenbaar maken. De plicht tot AI-geletterdheid uit artikel 4 geldt al sinds februari 2025 en richt zich op scholen als gebruikers; dezelfde Digitale Omnibus heeft de inhoud van die plicht afgezwakt.
Datum
Wat geldt
2 februari 2025
Plicht tot AI-geletterdheid van het personeel
2 augustus 2026
Transparantieverplichtingen uit artikel 50
2 december 2027
Verplichtingen voor hoogrisicosystemen uit bijlage III
Praktisch belangrijker dan het Europese niveau is vaak wat er op schoolniveau is afgesproken. Kennisnet ontwikkelde, samen met de PO-Raad, VO-raad, AOb, NOLAI, SIVON en het ministerie van OCW, de toolkit Schoolafspraken generatieve AI: een landelijk raamwerk waarmee scholen hun eigen regels vastleggen. SIVON toetst daarnaast namens scholen de privacy en informatiebeveiliging van AI-leveranciers, onder meer via een DPIA en een check van de verwerkersovereenkomst. Check voor gebruik altijd wat je schoolbestuur heeft afgesproken, en welke tools daarbinnen al zijn goedgekeurd.
Gegevens van scholieren: wat niet in je prompt hoort
Gegevensbescherming is een belangrijk aspect bij de keuze van een AI-hulpmiddel. Kennisnet en SIVON roepen scholen in hun toolkit nadrukkelijk op om geen persoonsgegevens van leerlingen of medewerkers in te voeren in AI-tools. Extra beschermd zijn de categorieën uit artikel 9 AVG, zoals gezondheid, geloofsovertuiging of afkomst — informatie die vaak in dossiers van leerlingen is opgenomen.
Werk daarom het liefst met plaatshouders. Uit "Milan, groep 5, dyslexie" wordt "naam leerling, groep, indicatie". Het model heeft de context nodig, niet de persoon. Namen, klassenlijsten en diagnoses vul je daarna handmatig in.
De tweede vraag betreft de plek van verwerking. Waar een aanbieder gegevens verwerkt, bepaalt welk recht van toepassing is en of er een doorgifte naar een derde land plaatsvindt. Kies daarom bij voorkeur een aanbieder binnen de EU.
AI-tools voor docenten: welke passen bij jou?
Welke AI het beste bij jou past, kun je achterhalen aan de hand van de volgende vier controlevragen. De markt valt in twee groepen uiteen: specialistische oplossingen met kant-en-klare sjablonen voor werkbladen en lessenseries, en algemene assistenten die je vrij aanstuurt via een chat.
Is de tool goedgekeurd binnen je schoolbestuur?
Waar verwerkt de aanbieder de gegevens en vindt er een doorgifte naar een derde land (buiten de EU) plaats?
Zijn er maandelijkse gebruikslimieten die bijvoorbeeld tijdens examenweken tot beperkingen kunnen leiden?
Kun je eigen documenten uploaden en als basis gebruiken?
Bij specialistische oplossingen, zoals sommige uitgevers al aanbieden, kies je een kant-en-klaar hulpmiddel en vul je velden in: vak, leerjaar, onderwerp. Je hoeft in dat geval niet zelf de instructies te schrijven, wat de instap zonder voorkennis makkelijker maakt. Zulke tools zijn echter alleen te gebruiken voor het vakinhoudelijke onderwijs.
Algemene AI-assistenten die niet specifiek voor het onderwijs zijn ontworpen, nemen ook het vergaderverslag, de statuten van de ouderraad en andere alledaagse taken voor je over.
Smart AI
STRATO GPT
€ 5 per maand
Setupkosten: € 0
1 maand gratis
Smart AI
STRATO GPT
€ 0 per maand
1 maand gratis
daarna € 4 / mnd.
Setupkosten: € 0
Alle prijzen incl. btw
STRATO GPT voor de lesvoorbereiding
STRATO GPT is een AI-assistent voor tekst, analyse en onderzoek. Voor de voorbereiding van je lessen betekent dat: je uploadt een document, bijvoorbeeld een doelstelling of een hoofdstuk uit het lesboek, en laat daaruit opgaven, een leerplan of tekstvarianten ontstaan.
Privacy: gegevensverwerking in de EU, geen doorgifte naar derde landen
Invoer wordt niet gebruikt voor het trainen van het model
Documenten uploaden: kerndoel of vaktekst als basis
Chats zonder maandelijkse limiet, ook in de correctieperiode
Denkmodus voor stapsgewijze opdrachten, zoals het plannen van een lessenserie
Websearch voor actuele cijfers en materiaal
Meertalig: e-mails aan ouders in meerdere talen opstellen
Eerste maand gratis, daarna vanaf € 4 per maand
Voor de inhoudelijke voorbereiding van je lessen is het uploaden van documenten heel handig. Je uploadt het schoolinterne curriculum en laat daaruit de lessenserie voor het semester ontwerpen, in plaats van zelf alles handmatig in te voeren.
Veelgestelde vragen over AI voor docenten
Hoe preciezer je invoer en prompts, hoe beter het resultaat van de AI. Vier gegevens helpen om je prompt voor school succesvoller te maken: rol, doelgroep, formaat en omvang.
Een voorbeeld: "Je bent vakdocent biologie. Maak vijf opgaven over fotosynthese voor klas 2 vo. Drie opgaven op basisniveau, twee met een creatieve toepassing. Formaat: werkblad met nummers, antwoorden apart. Omvang: maximaal één pagina."
Vul in de tweede ronde aan wat ontbrak, in plaats van opnieuw te beginnen. Meer technieken lees je op de pagina over prompt-engineering.
Nee. Detectoren geven bij door mensen geschreven teksten vaak vals alarm, en hun inschatting is te omzeilen door een AI-tekst licht te herschrijven. Dergelijke detectietools zijn dus geen goede basis voor het beoordelen van een werkstuk. Je kunt daarom beter vragen naar conceptversies van de tekst (tussenstanden), schrijftijd tijdens de les beschikbaar maken of mondelinge vragen over de tekst stellen.
De vakinhoudelijke en pedagogische verantwoordelijkheid voor uitgegeven materiaal ligt bij de docent. Daar verandert de AI-verordening niets aan, want die regelt verplichtingen voor aanbieders en gebruikers van systemen, niet de inhoudelijke verantwoordelijkheid in de les.
Aanbieders van AI-tools werken vaak met een gratis basistoegang, die meestal gebruikslimieten en beperkte functies meebrengen. Let er ook op dat invoer in deze gratis versies vaak gebruikt wordt voor verdere training van de modellen.
De transparantieplicht uit artikel 50 van de AI-verordening geldt voor systemen waarmee mensen rechtstreeks interacteren. Werken leerlingen zelf met een taalmodel, dan moet je hen hierover dus informeren. Voor materiaal dat jij hebt voorbereid en gecontroleerd, regelen veel scholen de openheid daarover in eigen afspraken, die vaak verder gaan dan de wettelijke eis.